Sholeh Rezazadeh en ik werden door de Stichting literaire activiteiten Amsterdam gevraagd om voor de editie 2025 van het Brainwashfestival voordrachten te houden over het thema grenzen. Lees hieronder het begin van mijn tekst; die van Sholeh lees je hier.

Toen ik als kind op vakantie ging, naast mijn zus achter in de Peugeot van mijn ouders, vormde het plaatstaal van de carrosserie de grens tussen ons en de wereld. Toen ik later verkering met Andrea had kon die grens een tentzeil zijn, de deur van de treincoupé, een houten bedrand… de grens reisde moeiteloos met ons mee, maar hij was er altijd. Wij waren binnen en de rest van de wereld lieten we alleen toe als we daar zin in hadden. Totdat Andrea op een gegeven moment ook mij het land uitzette.

Uiteindelijk is er maar één grens: die tussen wij en zij.

Ik sta op Schiphol, in de rij voor de paspoortcontrole. Het is vier uur ’s ochtends. De marechaussee van dienst zit achter een hoge balie van grijze kunststof en bepaalt per persoon wie er wel of niet naar binnen mag. Bij sommige mensen is hij direct zeker van zijn zaak, bij anderen heeft hij meer tijd nodig, stelt hij aanvullende vragen, gebruikt hij een loupe of een uv-lamp.

Zijn balie is niet voor niets zo hoog: die is een borstwering, een dijk die tegen een tsunami zou beschermen. Van mezelf weet ik zeker dat ik straks naar binnen mag, ik ben in dit land geboren en heb er altijd gewoond, ook al duurt het bij mij soms langer dan gemiddeld tot de marechaussee van dienst dat ook beseft. Dat komt omdat je aan mij ziet dat er nóg een land is waar ik thuis ben, al is het minder thuis dan hier.

(Klik hier voor de rest van mijn voordracht)