‘Sterb! Sterb! Sterb!’ zeg ik in steenkolenduits. De mensen om me heen kijken op, verschrikt. Dit verwacht je niet tijdens de ochtendspits. De buschauffeur bekijkt me door zijn spiegel. Het is zo snel gegaan, niemand weet zeker wie het heeft gezegd. Nee, dat klopt niet. Iedereen weet dat ik het heb gezegd. Maar het is zo snel voorbij dat niemand zeker weet óf het is gezegd.
Wat we niet zien
(Dit verhaal is op 26 maart 2019 uitgezonden bij Nooit meer slapen; je kunt het hier terugluisteren.)
Ze neemt een trek van haar joint en zegt: ‘Er gebeurt zo veel. Overal. Op elk moment.’ Ze wijst op het donkere raam. ‘Op dit moment wordt er iemand doodgereden. Er wordt een bank overvallen. Er worden miljoenen mensen geboren en miljoenen mensen gepijpt.’ Ze wijst de andere kant op. ‘Daar ook. Nu. Precies op dit moment.’ Ze wijst naar beneden, door de hele aarde heen. ‘En daar wordt iemand vertrapt door een kangoeroe.’
Émile
Émile ziet de mensen naar hem kijken en het maakt zijn stappen zekerder. Er ligt een glimlach om zijn dunne lippen. Hij omklemt de tulpen die hij zojuist bij de Turkse bloemist heeft gekocht; de bundel stelen ligt als een oudevrouwenpols in zijn hand.