Drie zeer korte verhalen over de lusten en lasten van het ouderschap. Wanneer ik ze precies heb geschreven weet ik niet meer, in elk geval was het vóór begin 2023.
Stoep
Stoep is een gevaarlijk ding. Je kunt erover struikelen. Je kunt met je fietswiel de rand raken zodat je valt en je hoofd vlak voor het voorwiel van een langsdenderende vrachtwagen de klinkers raakt waarna…
Het is bizar dat er nog stoep bestaat. Het schijnt dat er vorig jaar een x aantal kinderen gewond is geraakt. Het schijnt zelfs dat iemand is overleden aan de gevolgen van stoep.
Blijf weg van stoep, hou ik mijn kinderen voor. In de tijd dat ik studeerde kende ik een meisje dat haar pols brak toen ze met haar skateboard in hardhandige aanraking kwam met een loszittende tegel. Weken- misschien wel maandenlang (het is al lang geleden) liep zij met haar arm in het gips. Het gips was blauw, herinner ik mij. Net als haar ogen.
Zelf breng ik mijn kinderen liever zelf naar school dan dat ik die taak aan stoep toevertrouw. Zoals ik ook geen gebruik van babysitters maak. Je geeft je kostbaarste bezit toch ook niet in handen van een puber?
Ik blijf liever thuis met ze. Hoeven we ook stoep niet op. We willen toch allemaal het beste voor onze kinderen?
Kinderlokkers
Ze zijn overal. Op onze scholen. Achter de bomen in het park. Ze rijden in busjes langs als de school uitgaat. Met nauwkeurige timing gooien ze de schuifdeur open, grijpen een kind onder de oksels en slepen hem of haar het busje in.
En denk je dat er ooit nog iets van hem of haar gehoord wordt?
Zelf heb ik mijn kinderen – godzijdank niet moeders mooisten – uitgerust met trackers zodat ik te allen tijde hun locatie kan volgen. Mocht het moeten, dan kan ik de autoriteiten van minuut tot minuut op de hoogte houden van de locatie van het busje.
Er schijnen ouders te bestaan die hun kind alleen naar voetbal laten gaan. Je mag het eigenlijk niet zeggen, maar zulke ouders vragen erom. Nadat ik telefonisch een aantal meldingen heb gedaan, stuurde de Kinderbescherming mij echter een brief waarin stond dat al het contact wat ik vanaf die datum met ze wilde opnemen schriftelijk diende te geschieden. Dan weet je wel wat voor mensen er bij de Kinderbescherming willen werken. Jij niet, ik ook niet. Daarvoor moet je een ‘speciale affiniteit met de doelgroep’ hebben. Viespeuken.
Nu dat traject voor mij is doodgelopen, heb ik besloten dat ik andere maatregelen moet nemen. Drastische. Vandaar dus dat ik gisteren bij Denekamp Bedrijfsoccasions een witte Transporter heb aangeschaft. Via internet ben ik in contact gekomen met een andere bezorgde ouder, de okselgreep hebben we vandaag geoefend op een afgelegen bouwterrein, en maandagochtend om halfnegen gaan we van start. Preventief.
Voetbal
Na de wedstrijd sprak de coach de ouders toe. Hij zei dat onze kinderen in de eerste plaats plezier in de sport moeten hebben.
Ik ben dat volledig met hem eens. Waar hij evenwel de mist in gaat, is dat mijn kind dat plezier niet zou hebben. Dat heeft hij namelijk wel. Ik vraag het hem dikwijls en dan wordt dat beaamd.
Hier creëert de coach een probleem dat niet bestaat. En dat is jammer, want daardoor wordt mijn kind beperkt in zijn ontwikkeling. En willen we niet allemaal dat ons kind de beste is? Het is een gegeven dat de coach geen honderd procent onverdeelde aandacht aan elk van de elf kan geven, en dan spring ik als ouder natuurlijk graag een tandje bij. Wat de coach agressieve vernedering noemt, noem ik aanmoediging. Natuurlijk doet mijn kind dingen verkeerd. Hij is immers kind. En dan is het mijn taak, als opvoeder, corrector, volwassene, verstandige, hem daarop te wijzen.
Ik beschouw dit als een belangrijke verantwoordelijkheid binnen de ouderlijke taakomgeving en daarom zal ik dat blijven doen. Bovendien laat ik me niet de les lezen door zo’n kankercoach.