(Dit verhaal is op 26 maart 2019 uitgezonden bij Nooit meer slapen; dat kun je hier terugluisteren.)

Ze neemt een trek van haar joint en zegt: ‘Er gebeurt zo veel. Overal. Op elk moment.’ Ze wijst op het donkere raam. ‘Op dit moment wordt er iemand doodgereden. Er wordt een bank overvallen. Er worden miljoenen mensen geboren en miljoenen mensen gepijpt.’ Ze wijst de andere kant op. ‘Daar ook. Nu. Precies op dit moment.’ Ze wijst naar beneden, door de hele aarde heen. ‘En daar wordt iemand vertrapt door een kangoeroe.’

De lucht is zwaar en zoet. Ze doet haar ogen dicht, neemt nog een trek van de joint. Ze houdt de rook lang binnen en blaast hem met getuite lippen uit. ‘Of gestoken door een kwal. Want alles in dat kutland wil je dood hebben,’ zegt ze terwijl ze me de joint geeft.

*

Ze is in slaap gevallen op de kussens. Ik heb het dekbed over haar heen gelegd. Om haar heen liggen de resten van de zak minisnickers. Ik loop op en neer tussen het bureau en de televisie. Ik wacht, al weet ik niet waarop. Buiten hoor ik een sirene.

*

En dan, opeens, ga ik het zien. Dwars door alle muren heen. Een pikzwarte vrouw in een lemen hut. Er staat een man voor haar, een kop groter dan zij. Aan zijn riem hangt een machete. Hij geeft een vuistslag tegen haar kaak. Ze valt schreeuwend achterover. Hij maakt zijn gulp open.

Ik zie een Japanner die door twee anderen tegen een tafel wordt gedrukt. Een derde houdt zijn linkerhand vast en snijdt zijn pink af. De man brult.

Nu zie ik een jongen op een zandweg in Vermont. Hij zal een jaar of veertien zijn en hij heeft een mountainbike. Een auto neemt de bocht te ruim en raakt hem frontaal. De jongen wordt gelanceerd. Hij landt met zijn hoofd tegen een betonnen schuur. De auto geeft gas en verdwijnt. Dan is alles stil.

Nu geeft een boze buspassagier een duw tegen de schouder van de chauffeur die de macht over het stuur verliest en een afgrond in rijdt.

Nu wordt een overvolle sloep door een golf omvergeworpen. Nu stapt een taxichauffeur met een honkbalknuppel in zijn hand de auto uit.

Nu zit een Roemeense jongen van acht aan een radiator geketend. Er staan vier naakte Britten met behaarde dikke buiken om hem heen.

Nu wordt een dochter aan haar voeten aan het plafond gehangen omdat ze te laat thuis was.

Nu verbranden tweehonderd kalveren levend in een schuur die vanwege de verzekering in brand is gestoken.

Nu stoot een zeventienjarige, op straat voor een café in Ondiep, met zijn elleboog in de keel van een bejaarde.

Nu schiet een overvaller twee keer in de buik van een Koreaanse winkelier.

Nu wordt een vrouw in elkaar geslagen door haar kleinzoon.

Nu.

Nu.

Nu

en nu.